img_6036

Vandaag wil ik een nieuw land stichten,

ergens waar er zon is en zee,

en bergen en magisch verlichte

boardwalks langs de waterlijn.

 

Waar ik bij een hutje op het strand

kokosnoten kan drinken

en cocktails kan mixen en bij het kampvuur

kan lachen en knuffelen met jullie allemaal.

De rest van mijn leven lang.

 

Geen presidenten, geen parlementen,

geen banken, geen geld.

Alleen maar liefde en samenzijn.

 

Advertisements

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
foto: Archief NAAM

Voor al diegenen die de champagne al hadden opengetrokken omdat het PDVSA tijdperk voorbij is, mi ta duda si e époka di Guangdong Zhenrong ku ta warda nos ta algu pa selebrá. E promé kos ku m’a pensa mésora ku m’a lesa tokante e MoU ku Guangdong Zhenrong, ta ku na China tur kompania ta propiedat di The People’s Republic of China. There is no free enterprise in China shonnan! This article from 2015 provides some insight into Chinese investments in the Caribbean. Please read… (and then weep). And the bottom line is… of het nou de Venezolanen, de Chinezen of de Russen zijn, die godverdomde kloteraffinaderij staat er nog steeds! nog steeds!! En als deze MoU werkelijkheid wordt en er een BIT ondertekend wordt, wel mensen, dan zijn we flink in de aap gelogeerd. Waarom…!!? WAAROM zijn we zo bang om die stinkende raffinaderij los te laten? We verzinnen allerlei smoesjes om het voortbestaan ervan te rechtvaardigen; van overheidsinkomsten tot economie, tot arbeidsplaatsen. Maar weten jullie wat ik denk? Ik denk stiekem dat we eraan verslaafd zijn. Aan waar het ooit voor stond, aan de economische gloriejaren, aan de zogenaamde zekerheid, aan de royale pensioenen die onze ouders en grootouders eraan verdiend hebben. Ja, ook mijn grootvader. So spare me the lecture, please! Maar dat is toen. En toen is er niet meer, mensen. We leven niet TOEN, we leven NU. En als we zo doorgaan, onszelf verstikkend in onze angst, dan wordt STRAKS heel lelijk en somber. Want wake-up call: STRAKS wordt niet net als TOEN. Nooit! There is a saying that ‘assumption is the mother of all fuck-ups’. In this case nostalgia is the mother of all fuck-ups. Nostalgie is van geen elke waarde, als het niet gepaard gaat met lessen getrokken uit dat verleden waar we zo naartoe terug verlangen. Dat verleden dat wij in onze herinnering hebben vervormd, verbasterd en geromantiseerd. Want in die gloriejaren he… die gloriejaren van onze prachtige olieraffinaderij… wie had werkelijk de glorie? Wij? Nee, natuurlijk niet! De Koninklijke Shell had de glorie. En ze hebben ons achtergelaten met de shit. Nee, herstel… WIJ hebben hen laten gaan, en hen zelfs hartelijk bedankt voor die shit die ze ons cadeau hebben gedaan voor 4 gulden. Goed, wij wisten toen niet beter zegt men dan. En ik geloof oprecht dat we toen niet beter wisten. Mijn probleem is dat wij nu WEL beter weten godverdomme!! En als we nu wel beter weten, waarom in vredesnaam doen we dan precies hetzelfde als in 1985? Ik was toen 6 jaar oud. Ik ben nu 37 jaar oud. 31 jaar people! 31 jaar!! En we doen het nog steeds. Ja en amen zeggen tegen de meester. Wij geven liever het kostbaarste stuk land en de haven van ons eiland aan de Communistische Republiek China, dan dat we onszelf eens recht in de ogen kijken. Waarom? Omdat we heel bang zijn voor wat we daar gaan vinden: een slaaf… een slaaf die verslaafd is aan slaaf zijn… Hij kan niet anders, hij weet niet beter, en hij schijt in z’n broek voor de dag dat de vrijheid werkelijk komt. Die vrijheid waar hij zo stoer om loopt te roepen, die vrijheid die hij zegt te verdienen. Wanneer die namelijk echt komt, dan is er niemand om de schuld aan te geven, niemand om je achter te verschuilen, niemand om te vernederen omdat je alleen dan de maskerade aan jezelf kunt rechtvaardigen. Niemand. Dus is de eigenaar van de snèk op de hoek (zelfstandig ondernemer, vrouw en kinderen achterlatend, in het diepe gesprongen en uit China overgekomen om hier een leven op te bouwen, even voor de duidelijkheid) nog altijd ‘Hé Chino!’ en niet ‘meneer’. Well, I have news for you, you self-absorbed sorry excuse for an African descendant… ‘Chino’ just bought your country right from under your nose. En je stond erbij en je keek ernaar. Net als naar die ‘beren die broodjes konden smeren’. Ik wou zo graag dat wij leerden om niet meer andermans broodjes te smeren, maar onze eigen boontjes te doppen. Maar ga volgende week vooral stemmen! Zodat er voor de zoveelste keer weer geen moer verandert. Tula zou zich schamen… WIJ moeten ons schamen! DIEP schamen, in plaats van met Tula’s naam te koop te lopen. Wij verdienen de heldhaftige legende van Tula helemaal niet… Zo, dat is eruit. Nu ga ik slapen. Pasa un bon anochi.

13094260_1033879540025081_7245203508345946767_n

Jullie zullen het waarschijnlijk aan mijn likes en shares wel hebben gemerkt de afgelopen week, maar bij dezen dan nog even ‘met zoveel woorden’… Ook bij mij is de Orlando massamoord hard binnengekomen. Anders dan de aanslag op Charlie Hebdo, of de bioscoop, of die in Israël of Syrië, of die in Charleston. Is dat egoïstisch van mij? Wellicht, maar dit keer was ik voor het eerst ‘one of them’. En de foto’s van de vele kleine en grote wakes die overal ter wereld gehouden zijn, op al die foto’s zag ik mezelf. Keer op keer opnieuw. Ik stond overal. Deze testimonial van Janneke Schotveld beschrijft ongeveer wat er de afgelopen week allemaal door mij heen gegaan is. Eerst was ik niet van plan om er openbaar iets persoonlijks over te schrijven. Dat doe ik zelden. Ik reageer op heel veel dingen, ik share dingen, ik uit me kritisch over de politiek en over het gebroken kapitalistische systeem. Maar over mijn innerlijke belevingswereld lezen jullie zelden. Je kunt natuurlijk altijd je eigen conclusies trekken bij de dingen die ik deel en like, maar je weet niet echt hoe ik me voel. En om eerlijk te zijn, ik weet het zelf ook niet. Ik weet wel dat ik heel blij ben met een familie en vrienden die het inmiddels normaal, goed en leuk vinden. Jai is gay… dat weten we allemaal, hoeven we verder geen woorden aan vuil te maken. En dat is nou precies wat ik me de afgelopen week constant heb afgevraagd. Zijn er al voldoende woorden aan vuil gemaakt? Of schoongemaakt? En als we er meer woorden aan besteden, verandert dat iets?

Janneke zegt: ‘we zijn er nog lang niet.’ Ik vraag me echter af of we ‘er’ ooit zullen zijn en of dat het streven zou moeten zijn. Waar is ‘er’? Wat is dat voor een plaats, tijd of situatie? Wanneer weten we dat we ‘er’ zijn? Volgens mij bestaat ‘er’ niet. Alleen ‘nu’ bestaat. Het gaat met gay acceptatie net zoals met alle andere dingen in het leven: in golven. We dachten ook dat racisme inmiddels wel uit Nederland verbannen was. Dat was het waarschijnlijk ook (een tijdje), het is alleen weer teruggekomen. We gaan volgens mij niet per se ‘vooruit’ naar één plek, één toestand. We gaan omhoog en omlaag. In conjunctuur.

Ik denk dat LGBTQ+ zijn net zo is als vele andere natuurlijke hoedanigheden. Het is een werkelijkheid, die is er gewoon. Net zoals vogels. Niemand staat stil bij het bestaan van vogels, of de acceptatie van vogels. Je kunt vogels lastig vinden, je kunt schelden als ze je autoruit vol schijten, of je hoofd… je kunt ook vogelaar zijn en elk weekend met je verrekijker de bossen in omdat je vogels zo ontzettend prachtig vindt. Maar je vraagt je nooit af of vogels wel bestaansrecht hebben, of het volgens God mag of niet, of het schade toebrengt aan de heiligheid van het huwelijk. Ze zijn er gewoon. Wij ook…

#jesuisJai #jesuisGay #bonsiman! 😀

 

ANP-46119612

Foto: ANP.

Prof. mr. dr. Afshin Ellian (Teheran, 1966) is momenteel hoogleraar Encyclopedie van de rechtswetenschap en wetenschappelijk directeur van Instituut voor Metajuridica aan de rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. De Elsevier publiceerde gisteren dit artikel van hem online: ‘Aanslag in Orlando heeft alles te maken met de islam’

Kijk, dit soort artikelen maakt mij nou boos!

‘De Islam veroordeelt homoseksualiteit…’ Ja beste professor, duh! De Bijbel veroordeelt het ook. De Bijbel veroordeelt overigens overspelige vrouwen net zo hard. Die moeten gestenigd worden.

Het feit dat ‘wij’ in ‘Het Westen’ beschaafder zouden zijn dan in het Midden-Oosten is dan ook een zeer gevaarlijke bewering. Het is namelijk maar schijn en het voedt onze steeds vernuftiger vermomde ‘westerse onschuld’. Een onschuld die historisch bewezen nonexistent is. De scheiding van Kerk en Staat staat nergens zo zwaar onder druk als in de VS. Als het Midden-Oosten veroordeeld wordt voor haar trouw aan de islam die ook in staatswetten verweven wordt, dan mag het Midden-Oosten van mij dezelfde beschuldigende vinger wijzen in de richting van de VS, waar door christelijke politici steeds vaker discriminerende en veroordelende wetten worden gemaakt op basis van hun achterhaalde geloof. Het meest ridicuul vind ik daarbij de vermomming, het verschuilen achter een zogenaamde beschaving, in een land waar elke klootviool een machinegeweer kan kopen, gewoon met zijn pinpas bij de kruidenier. De hypocrisie is verbluffend.

“Islamitische kinderen leren de gewelddadige vormen van homofobie thuis,” zegt de beste man… Wel, laat mij u uit uw droom doen ontwaken eerwaarde professor: christelijke en atheïstische kinderen ook, en hoe!! Zeker in de VS.

Dus ik begrijp helemaal dat deze professor uit Teheran, die zichzelf blijkbaar identificeert als ‘westerling’, zijn nieuwe kompasrichting verdedigt. Hij moet wel, hij heeft geen keus. Het is hoe hij zichzelf voor de gek houdt en zijn handen wast in zijn duurbetaalde gekochte westerse onschuld.

Shame on him! Bloody shame on him!

 

 

Laatst stond mijn dochter van zeven aan de deur te jengelen. Ze wilde naar binnen, want ze had het koud zei ze. Nou mooi niet zei ik haar, blijf maar lekker buiten, daar is niets mis mee. Mijn buren denken er trouwens net zo over.  Niet veel later zei ze dat ze honger had. Ja doei, zei ik. Als je haar de kans geeft vreet ze heel je koelkast leeg, dus gaf ik haar niets. Mijn buurvrouw gaf haar ook niets. Toen was het nacht en wilde ze graag naar binnen- en in een bed slapen!  Tjongejonge, wat een wensen. En ja hoor, toen begon het gedrein. Over bang zijn voor dit en bang zijn voor dat. Al snel wilde ze daarna huilend en in paniek weten wat ze verkeerd had gedaan.  Ik heb daar voor de verandering maar eens geen antwoord op gegeven en een extra dik slot op…

View original post 558 more words

The purpose of life is to own nothing and experience everything!

I went out for breakfast this morning. It is something I have been doing a lot since I moved to Puerto Vallarta. I never did that when I was living in Holland, nor when I was in Curaçao. Here, it is something very common. And as I was sipping my coffee and appreciating the view of the mountain, I felt a profound bliss… a feeling I have been enjoying a lot lately. It is like being on a constant vacation. Yes, I do work every day. Yes, I still have stress over annoying issues, and no, I am not actually on vacation all the time. But all the things I once thought I wanted are becoming less and less important. Sure, I still have the need to be connected, and yes, the internet here does suck sometimes. Yet now, when it is down, I get annoyed for about two minutes and then I get up and go do something ‘offline’: I do the dishes, I cook, I iron the clothes I need to perform the wedding that afternoon. The internet will come back at some point and then I simply pick up where I left off. You see, the goal in life is not to work to retire some day; it is to work in such a way that you have the time to experience the joy of retirement every day of your life and to continue doing that until the day you die. The idea is to try as hard as you can NOT to have a career. Careers are a trap; they were invented by someone other than you, to condition you to do what it is they need from you. They condemn you to a huge study debt, which you end up paying off for the rest of your life with the same career you think you need in order to retire.
As I was walking back to the apartment, I stopped to buy a freshly squeezed orange juice from the nice older gentleman with a small stand at the corner of the street… for 15 pesos (0.75 EUR). I took my juice up to the apartment and sat down on the balcony to enjoy another view of the mountain. And as I sat there, I finally truly accepted that I do not want ‘a career’, I never really did. I don’t need to be in ‘the scene’, I do not need to be a part of all those things that were created to keep me bound to the system. I thoroughly enjoy the talks I have and the jokes I make with the boys at work, who live in a little town called Quimixto, which you can only get to by boat. They are genuinely interested in who I am and where I am from, as am I in them. They don’t have a preconceived idea about who I am or who I should be because of where I am from. They never asked what I studied, where I studied or where I worked before. They take the boat to work every day, or they walk 20 minutes through the jungle to get there. They have invited me to come over to their house sometime and just spend time together. There is one guy who I particularly like… and I believe he likes me too. We have been flirting for over three weeks now. I know his name, but I don’t know where he lives yet, nor how old he is. That doesn’t seem to matter. I don’t have his phone number and we’re not connected on Facebook. I did not ‘hook up’ with him through Grindr and I didn’t pick him up in the most popular gay bar in town. I just smiled at him at work and he smiled back. Now I am excited to go to work every time, because I know I will see him there. Sometimes I don’t have to go to work for several days and then the anticipation grows. Since I haven’t connected with him yet in any other way than in person, I have no way of communicating with him until I see him again. The next time will be tomorrow. This time I will ask him if he would like to go for a walk with me sometime…
When I went out to breakfast this morning, it was cloudy. The sky was grey. Yet I didn’t feel depressed like I would on a dark day in Holland. The smell of the mountains, of wood fires burning somewhere in a nearby jungle village, mixed with the salty ocean air, made me ignore the fact that it was cloudy. And now the sun came out and the clouds are slowly dissipating. I am happy! I am 36 years old and I am slowly starting to discover what it is I want to become when I grow up: someone who wakes up every day wanting to own less and to experience more… Have a fabulous weekend everyone!

305630_3048778614259_1555153810_n

 

This morning I wrote an article in Dutch and after seeing the reactions and how often it was shared, I realized that it was also internationally relevant. Here is the English translation:

Among all the ‘us’ against ‘them’ discussions, lately I have been feeling rather displaced in the Netherlands. The prevailing general opinion seems to be that the starting point for dealing with one another is that there are people who are ‘from here’ (the white ones) and people who are ‘not from here’. Those are the immigrants and they are black. Native Dutch equals white and immigrant equals black. Even the people who take a stand against racism and segregation seem to do this based on the distinction between us and them. ‘Equal opportunity’ is created for ‘them’ (case in point: me). And that is exactly where the shoe pinches: the fact that (based on skin color) we have first determined that there are different classes of Dutch people and that we then act accordingly; be it with the best intentions in the world. First we create distance by classifying and then we find it strange that integration does not take place. As a child growing up in Curaçao, I learned about the Dutch ‘box culture’ and I always thought I knew what that meant. Yet only recently have I started to realize just how deeply it is rooted in the very nature of the ‘native Dutch’ people and it saddens me.

Today I came across this photograph of my third grade class in elementary school. Not a private school, not an International School, just a regular public elementary school. If I would classify it in the Dutch box system, my classmates were Negroes, Portuguese, Hindustanis, Arabs, indigenous, Chinese, Jews, white ‘native Dutch’ (most of whom were born in Curaçao, by the way) and then some brown people who do not fit into any of the boxes, including me. Here in the Netherlands they would be ‘just black’, immigrants in any case. Besides that, it really doesn’t matter who they were.

In third grade that sentiment, that premise, that apparently very normal Dutch conception, did not exist at all. There was no Hindustani or Portuguese or Arab; there was Karuna and Marianella and Farid. I knew everyone’s first and last names and I still remember them to this day. I knew where they all lived and I have been to each of their homes at least once. I know the parents of all of them and I have always felt at home in all those families. I went on to high school with some of my elementary school classmates and together we grew into adulthood. Together! I went to Marianella’s First Communion, to Karuna’s quinceañera and to Roderick’s Bar Mitzvah. And all were just parties, fun parties in the homes of loving parents. Not once did I stop to think that one was Jewish, one was Catholic and one was Hindu.

I was born in Curaçao, as was my father. My mother was born in Suriname. My father’s father is Surinamese of Jewish Portuguese and indigenous origins. My father’s mother was half Chinese and half creole of West-African and Friesian descent. On my mother’s side my grandmother came from Yogyakarta on the island of Java in Indonesia and my grandfather was from Suriname, probably with some Scottish ancestry. I grew up in Curaçao among the people in this photograph. I studied in Holland, did an internship in Mexico and sailed around the world with Holland America Line for four years, working with people from at least twenty different countries. So if here in the Netherlands they deem it absolutely necessary to put me away in a box, then they must first create an entirely new box for me. In any case, let the record show that I am clearly not ‘just black’.